Benedictijnse Wijsheid

Info

Benedictus werd geboren in het jaar 480 te Nurcia, Italie; hij stierf in het jaar 547. De periode waarin hij leefde was een  tijd van chaos, geweld en instabiliteit: het West-Romeinse rijk liep ten einde, de barbaren vielen Europa binnen.
Benedictus ontvluchtte het decadente Rome waar hij studeerde en trok zich terug als kluizenaar in een grot in Subiaco. Daar werd hij stichter van een kloosterorde en zo de grondlegger voor het Westerse monastieke kloosterleven. Paus Gregorius de Grote heeft zijn levensverhaal opgeschreven.

Benedictus is de opsteller van de Regel voor monniken, hij deed dat in het door hem gestichte klooster Monte Cassino. Tot op heden heeft dit boekje een grote en blijvende invloed uitgeoefend op het kloosterwezen. In kloosters van de Benedictijnen wordt nog dagelijks uit zijn 'Regel' voorgelezen.

De Benedictijnen hebben naast hun invloed op de theologie en de liturgie heel veel voor de Europese cultuur betekend. Ze brachten in de vroege Middeleeuwen de landbouw tot ontwikkeling, stichtten scholen en hun bijdragen op het gebied van de wetenschap, kunst en  architectuur, bestuur en economie  waren fundamenteel.

Hier volgt verdere informatie over de uitgangspunten in de Benedictijnse Wijsheid. Twaalf thema's die mij vooral aanspreken vat ik hier kort samen:

1. Obedientia. Wil Derkse schrijft over de Regel vanuit 3 basisbeloftes van de Benedictijnen. De 'Obedientia' heeft te maken met gehoor-zaamheid, waarbij de nadruk ligt op 'gehoor' geven aan, het aandachtig luisteren en antwoord geven. Stephen Covey, een managementgoeroe uit onze tijd noemt het: first understand before you will be understood. De manier van luisteren die Benedictus beschrijft is 'ausculteren', luisteren met je hart. Het beginwoord van de Regel is veelzeggend: 'Luister'.

2. Stabilitas. De tweede basishouding is te omschrijven als stabiliteit, volharding, de kunst van het erbij blijven. Wij zouden het nu commitment noemen of loyaliteit. Je kunt pas groeien en bloeien als je geworteld bent.

3. Conversio Morum heeft te maken met kwaliteitsmanagement voor je dagelijks leven, het bewust inbouwen van kleine, haalbare veranderingsdoelstellingen, het constant werken aan verbetering van je levensstijl.

4. Aandacht: is een zeer belangrijk begrip in de Benedictijnse filosofie. Wat je doet, doe het met aandacht. In een klooster is orde, netheid, schoonheid een zicht- en voelbare uitwerking van die  aandacht.

5. Ne quid nimis, alles met mate. Net als Aristoteles heeft Benedictus de deugd van de matigheid hoog staan. Studeer, bid, werk, eet, slaap... maar doe het het mate, met regelmaat en met bewust ingebouwde momenten van ontspanning. Hoewel de regel bij eerste lezing erg streng lijkt is de 'menselijke maat' een belangrijk thema.

6.Time management. Zonder het met deze term te benoemen geeft Benedictus ons aanwijzingen hoe om te gaan met de tijd. Het dagritme van het  klooster kan heilzaam werken, ook buiten het klooster. Uitgangspunt: altijd een volle agenda maar nooit te druk. Tijd is een dagelijks geschenk.

7. Werk. Benedictijnen kennen geen ATV of VUT, werk is een 'noodzakelijk goed'; de leidinggevende draagt er zorg voor dat niemend overbelast raakt, maar ook niet onderbelast! Ontspanning is dagelijks opgenomen in het dagschema van de monnik. Wil Derkse noemt dat 'de kunst van het stoppen'. Voor de dagelijkse gebeds- en reflectiemomenten wordt al het andere werk stil gezet. Benedictus combineert orde met flexibiliteit.
In de 'Regel' wordt veel aandacht besteed aan een juiste, humane taakverdeling. Niet alle taken zijn gelijk maar ze zijn wel gelijkwaardig.

8. Leiding geven. Benedictus ziet als taak van de leidinggevende: je mensen stimuleren tot groei. Benedictijns leiderschap is naast bezielend ook dienend leidinggeven. Een Benedictijns leider lijkt op een goede herder: hij loopt niet voorop, maar volgt zijn schapen. Hij biedt ze een veilige plek, stuurt bij waar nodig en deelt zijn leiderschap (herdershond). De abt moet een grote mensenkennis hebben. Hij houdt overzicht, verdeelt de taken en zorgt daarbij dat de monniken niet overbelast raken maar ook niet ondergewaardeerd. Hij zet (zijn) mensen in hun kracht. Hij kent zijn doel en draagt dat met enthousiasme uit. Hij zorgt  voor rust, ruimte en straalt vertrouwen uit. De abt, leidinggevende is ook regisseur van de obedientia door zijn eigen leefstijl waarin 'aandacht' het kernwoord is. Een belangrijke eigenschap van een leidinggevende is ook relativeringsvermogen.

9. Gastvrijheid. Gastvrijheid is ook een basishouding van Benedictijnen, 'ontvang je gast alsof het Christus zelf is'.

10. Bronnen van Waarde. Studie is een verplicht onderdeel van de Benedictijnse dagorde. Lezen als een essentieel stuk van je leven. Waarom? Om contact te houden met de Bronnen van je bestaan. De methode die monniken daartoe beoefenen is de Lectio Divina, een vorm van meditatief lezen.

11. Murmuratio. Daar waarschuwt Benedictius in zijn regel regelmatig voor; murmuratio is gemopper en geroddel in je eigen organisatie. Murmuratio is een doordringend gif en geeft negatieve energie in een gemeenschap of een team. Het tegenoverstelde is bene dicere, positief spreken.

12. Dagindeling. Een dag begint vroeg voor monniken. Het programma is vol maar het is vol te houden door de structuur en de afwisseling. Handelen gaat samen met dagelijks ruimte voor reflectie en inspiratie. In het klooster vul ja die reflectiemomenten met gebed of meditatie en de inspiratietijd  met studie. Buiten het klooster is het mijns inziens ook goed deze afwisseling in je dagritme aan te brengen en de Benedictijnse 'kunst van het stoppen' te hanteren.

Over deze 12 Benedictijnse Wijsheden is uiteraard nog veel meer te zeggen.

Lees daartoe de Bronnen die ik zelf noem op mijn website of volg een cursus/lezing.

Plato en Aristoteles

De filosofie van de Benedictijnen zit natuurlijk boordevol Christelijke en Bijbels georiënteerde uitgangspunten. Ik ontdekte dat ook een verbinding gelegd kan worden met de grote filosofen uit de Griekse oudheid: Plato en Aristoteles. Plato leerde dat ‘geluk’ is het aanschouwen van het goede en het schone. Van deze (neo)Platoonse opvatting hebben Benedictijnen het contemplatieve overgenomen, het ‘schouwen’, het kennen van het Goede, het zoeken naar God.Vanuit de filosofie van Aristoteles zie ik in het Benedictijnse denken ook de gerichtheid op een deugdzaam leven. Voor Aristoteles is levensgeluk onder meer gekoppeld aan de deugd van de rechtvaardigheid, de moed en de gematigdheid. Monniken (m) en monialen (v) willen mensen zijn die vreugde scheppen in contemplatie en dankbaar zijn om deugdzaamheid. Ze zijn gericht op het 'hogere' (Plato) maar ook op het 'aardse' (Aristoteles), namelijk hoe richt ik het leven in om te komen tot goede, Gezegende Dagen. In het monastieke leven komt het verticale en het horizontale bij elkaar.

Epictetus

Ook is het interessant een vergelijking te maken met de filosoof Epictetus.
Via o.a. filosofiemagazine heb ik me verdiept in deze beroemde Stoïcijnse filosoof. Er is een nieuwe vertaling verschenen van zijn zogenaamde ‘zakboekje’- encheiridion- en dat blijkt verrassend actueel te zijn. Epictetus schreef in de eerste eeuw al dat we ons veel te druk maken over zaken die niet in onze macht liggen. Zijn advies is dan ook: maak je druk om die zaken waar je wel invloed op hebt namelijk je handelingen en vooral je opvattingen. In zijn zakboekje, opgesteld door een van zijn leerlingen, geeft de filosoof daar allerlei denkoefeningen voor. “Mensen worden niet in verwarring gebracht door de gebeurtenissen, maar door hun opvattingen over de gebeurtenissen”, "neem voor je lichamelijke behoeften alleen het strikt noodzakelijke" en ”als je eenmaal de juiste maat overschreden hebt, dan is er geen houden meer aan”. De stoïcijnen wantrouwen emoties, ze zijn vooral uit op onverstoorbaarheid, de apatheia. Vrijheid is niet alles te kunnen wat je wilt maar juist alleen dat te willen wat je kunt. Als je iets wilt dat niet binnen je bereik ligt teken je daarmee voor je eigen ongeluk. Dus je moet leren onderscheid te maken tussen waar je wel en waar je geen invloed op hebt.Kerkvader Origenes schreef in de 3e eeuw al erg lovend over deze filosoof en er wordt beweerd dat het ’zakboekje’ ook als basis diende voor de Regel van Benedictus.

Benedictus en Stephen Covey

De beroemde managementgoeroe Stephen Covey uit de VS schrijft over de essenties van  leiderschap. Hij leert hoe we de kwaliteit van ons persoonlijk leven, diensten en organisaties kunnen verbeteren. Zijn inzichten zijn op een aantal aspecten te koppelen aan de 1500 jaar oudere Regel van Benedictus, zoals habbit 5 uit zijn boek Zeven eigenschappen van effectief leiderschap:  'first seek to understand, than to be understood'. Het past bij de Benedictijnse obedientia: aandachtig luisteren als basishouding en vanuit het hart respons geven en dan tot een bruikbaar resultaat komen.
Zowel Benedictus als Covey zien een vergelijkbare kernopdracht van de leidinggevende/manager/abt, namelijk: mensen stimuleren tot groei.

Interessante websites over het kloosterleven zijn:


   www.monasteria.org
   www.osb.org
   www.abdijaffligem.be
   www.knr.nl
   http://klooster.startpagina.nl
   mooie cursussen vind je op de website van Abdij Egmond:
   http://www.abdijvanegmond.nl/benedictushof-cursussen/
  
   Veel Benedictijnse principes en Wijsheid zie ik terug in deze website: 
   een aanrader!   www.simplifylife.nl 
                                               
 genieten van het door God gegeven leven is ook Benedictijns,
 maar 'ne quid nimis' ...

Beluister hier een interview met Wil Derkse:


http://www.eo.nl/programma/andriesradio/2009-2010/page/-/episode.esp?broadcast=9965637

2 Benedictijnse thema's, nader uitgewerkt

Dit artikel schreef ik over het laatste boek van Anselm Grun:

Thankgod it’s Monday

 

De vakantie is voor velen weer voorbij. Het werk begint weer. Dat kan betaald zijn of        onbetaald, een full time baan, part time, vrijwilligerswerk, mantelzorg, je taak in de kerk.

Hoe houd je plezier in dat werk? En hoe voorkom je dat het je teveel stress geeft of verkramping oplevert? En dat je in je werkzaamheden niet alleen maar gefocust bent op het halen van de vrijdagmiddag - Thankgod it’s Friday - of de volgende vakantie.

 Het is mijns inziens goed om daar bij stil te staan zo aan het begin van een nieuwe periode.

Ik heb ontdekt dat je van kloosterlingen veel kunt leren, ook over dit soort actuele thema’s.

Veel monniken en monialen in de hedendaagse kloosters zoeken ook naar een goede balans in hun werkzaamheden. Voor monniken is werk een ‘noodzakelijk goed’, werk is een middel om mens te worden, je werk is een oefengrond voor spiritueel leven. Daarbij is de Levensregel van Benedictus van Nursia hun leidraad.

Benedictus leefde in de zesde eeuw en zijn ‘Regel’ heeft het al die eeuwen volgehouden. In Benedictijnse kloosters wordt dagelijks voorgelezen uit dit eeuwenoude boekje. 

Hoe kan het dat dit ‘management’ al zo lang wordt nageleefd? Dan moet daar toch veel wijsheid in zitten. Het is wijsheid die gebaseerd is op de Bijbel, met name het boek Handelingen en de woorden van Jezus zijn voor Benedictus een bron van inspiratie geweest bij het opstellen van zijn Regel.

Anselm Grün, een Duitse monnik, leeft en schrijft ook vanuit dit Benedictijner gedachtegoed. Een van zijn laatste boekjes gaat over ‘plezier in het werk’. Daarin schrijft hij samen met CDA politicus Hein Pieper over hoe je door bezinning en bewustwording kunt bouwen aan meer voldoening in je werk of taak.

Enkele maanden geleden maakte ik in Deventer een lezing mee van deze bijzondere monnik Anselm. Hij vertelde hoe je als werkgever een klimaat kunt scheppen waarin mensen graag werken en waarin ze zich gewaardeerd voelen. En hoe je als werknemer moet blijven zoeken naar inspiratie in je werk, hoe je de concentratie en het werkplezier kunt blijven opbrengen. Bijvoorbeeld door jezelf regelmatig een spiegel voor te houden, te herbronnen. Hij schetste  de positieve uitwerking van de Benedictijnse visie op werk voor medewerkers maar ook voor de bedrijfsresultaten!

Grün vertelde daar in die kerk in Deventer hoe dat in zijn eigen organisatie gaat: ‘Ik merk de uitwerking van wat het betekent om mensen in hun waarde te laten en vertrouwen te geven in eigen kunnen en creativiteit. Om niet te proberen mensen voortdurend te controleren want dat verlamt’.

Hein Pieper legt een link tussen de Benedictijnse visie op arbeid en het zogenaamde Rijnlands model, dat is, kort samengevat, bedrijfsvoering met een menselijk gezicht, een organisatiemodel gericht op lange termijn continuïteit en vertrouwen, een alternatief voor materialisme, individualisering en onevenwichtige economische groei.

In het boekje ‘plezier in je werk’ dat nu verschenen is komt veel Benedictijnse Wijsheid aan bod. Het gaat dan om thema’s als de betekenis van werk voor jezelf en voor anderen, omgaan met arbeidsdruk, goede verhoudingen op het werk, dienend leiding geven, persoonlijke motivatie en ontwikkeling in je werk.

Grün verbindt het thema werk met je eigen spiritualiteit en gebruikt daarbij heel vaak de woorden dankbaarheid, plezier, humor en motivatie.

Ik vind het een aanrader om op deze manier over arbeid te lezen, zo aan het begin van een nieuw werkseizoen en je te laten inspireren voor je eigen herbronning, welke taak je ook doet.

 

Dit artikel schreef ik voor een essaywedstrijd van dagblad Trouw en HOVO over het thema: een levenlang studeren:

 

De eeuwige student.

 

Broeder Antonius woont al 63 jaar in het klooster waar ik regelmatig een weekend doorbreng. De laatste keer dat ik hem ontmoette zat hij achter de computer in de bibliotheek samen met een medebroeder de voor hem nog onbekende handige trucs binnen ‘Word’ te beoefenen.

Waarom doet iemand dat, als hij de 90 al lang gepasseerd is?

Het antwoord is simpel, omdat het past binnen de filosofie van het kloosterleven.

De monniken leven volgens de Regel van Benedictus, de stichter van vele kloosters, die  in de zesde eeuw zijn Leefregel voor Monniken opstelde. Dagelijks wordt in ‘mijn’ klooster uit het boekje van Benedictus voorgelezen en broeder Antonius weet dus precies waar het om gaat in het leven. Voor monniken is ‘studie of ‘lezing, lectio’ een dagelijkse activiteit die in het dagrooster is opgenomen, evenals de gebedsdiensten, de tijd voor werk en de ook opgenomen ontspanningsmomenten. Bid, werk en studeer. En dat je leven lang. Want studeren hoort bij de existentiële basisprincipes. Daar word je  mens van en zelfs een beter mens.

Zelfs onder het eten is er ruimte voor studie, want dan wordt er voorgelezen en ook dan heb je de gelegenheid om nog interessante kennis op te doen.

De bouw van het klooster, in een vierkant, biedt naast het eet- slaap- en bidgedeelte ook een ruimte voor de studie, de bibliotheek, met een schat aan opgeslagen kennis.

Ook als je niet in een klooster woont kun je veel leren van de achterliggende filosofie van monniken en monialen. Ik heb er van meegenomen dat studie een wezenlijk aspect van het leven is. En dus niet alleen omdat je werk dat vraagt, al is het dat natuurlijk ook vaak. Studie als  onderdeel van levenskunst.

En hoe organiseer je dat als niet-kloosterling? Natuurlijk kun je dat individueel vorm geven met de enorme mogelijkheden die boekwinkels, de media en internet ons bieden. De drempels tot interactief kennis opdoen zijn vaak ongekend  laag, want veel maatschappelijke organisaties, hoge scholen en universiteiten, kerken, bibliotheken  en volksuniversiteiten bieden  lezingen, cursussen of gespreksavonden aan. Bereikbaar en betaalbaar.

Levenslang leren is voor mij een beetje lijken op Broeder Antonius. Tot z’n laatste dag zal hij deze zelfgekozen invulling  van zijn leven niet verloochenen. En in de hemel, waar hij  een mooi plekje krijgt, zal hij vast wel snel vragen wanneer ‘de bieb’ open is .